Biografie

Mijn volledige naam is Lilian Theresia Kars.

Ik ben een gnosticus, omdat ik uitga van het innerlijk weten van iedereen. Of, zoals Gilles Quispel het zo prachtig vertaalde: Kennisse des harten. Want dat is precies wat het is: jouw hart kent de waarheid, die jouw hoofd niet bevatten kan.

Ik ben een leraar in afleren en ontmantelen, omdat onder de verhalen die jij jezelf vertelt, onder de illusie en conditionering, dat innerlijk weten verborgen ligt.

En is het niet logisch dat, als je sluiers wegtrekt, de stof wegblaast, je jouw geloof in jouw verhalen doorziet, de herinnering aan jouw ware zelf boven komt drijven? Zichtbaar en voelbaar wordt?

Ik ben geboren op 4 mei 1959, in een zijstraat van de Albert Cuyp in Amsterdam. Een huis waar, voor wij er kwamen wonen, boeken opgeslagen waren. Het kan niet anders dat daar mijn liefde voor de geur ervan vandaan komt!! Voor de boeken woonde er een Joods gezin, waarvan de jonge vader vermoord is in 1942. Niet onbelangrijk, zeker niet voor een meisje dat op 4 mei geboren is.

Mijn geboorte was niet gepland. Mijn moeder stond op de lijst om haar baarmoeder te laten verwijderen en mijn vader had al jaren een vriendin. Mijn komst stak voor beiden een spaak in hun wiel, waar jaren van ruzies en verdriet het gevolg van waren. Toen ik vier was, was hij meer weg dan thuis. Toen ik zeven was werd de officiële scheiding uitgesproken en werd ik, als jongste van vier meiden, het middelpunt van wraak, leugens en verbittering. Omdat ik, in die woelige jaren, nauwelijks echt werd gezien, kon ik rustig observeren. En ik zag dat de verantwoordelijkheid voor je eigen geluk neerleggen bij een ander, onbegonnen werk was. Wie je de schuld geeft, geef je de macht. En nadat ik mijn verhalen hieromtrent had weten te ontmantelen, is die eenvoudige wijsheid wat overbleef.

Op driejarige leeftijd verhuisden we naar het Merwedeplein, Rivierenbuurt, Amsterdam. Jawel, schuin tegenover het huis van Anne Frank, en de buurt waar zoveel, zo ontzettend veel mensen weggevoerd werden.  Ik woonde als kind bijna in de boekwinkel op de hoek, waar Anne – zo hoorde ik later – haar dagboek kocht.

Toen ik ongeveer zeven jaar was, had ik een ervaring van non-dualiteit, van thuiskomen, van heelheid en verbinding. Ik was in een bos, en speelde met mijn neefje ‘geheim agentje’. Hij ging rechts, ik liep links een pad in. De begroeiing werd dichter, en toen ik deze opzij schoof, kwam ik in op een plek die ik nauwelijks beschrijven kan. Een prachtige tuin, in schitterend licht, met hoge planten en geurende bloemen. Een prachtig pad liep naar een ouder echtpaar op een bankje, die mijn wenkten. ‘Kom maar, niet bang zijn…’ De glimlach en hun ogen vergeet ik nooit. Ik was totaal niet bang, maar alleen verrast door het gevoel van helemaal opgenomen te zijn. Alsof ik, mijn leventje, niet meer bestond.  Ik riep ‘wacht even’ en rende terug naar mijn neefje om deze plek met hem te kunnen delen. Toen wij terugkwamen was er niets meer te zien. Ik was niet eens teleurgesteld, vond het alleen vreemd, maar het deed niets af aan wat ik wist dat waar was geweest. En wat door alle volwassenen, aan wie ik het vertelde, in twijfel werd getrokken.

Deze ervaring bevestigde wat ik daarvoor al voelde. De oneindigheid die ik zag wanneer ik bijvoorbeeld naar mijn handen keek. De stem die mij leidde en begreep, Engelstalig, hoewel ik nog geen woord Engels sprak. Het weten dat de wereld der dingen niet echt was, dat deze tuin, die heelheid, was hoe het werkelijk was. Ik begreep het op dat moment nog niet, maar het is die ervaring geweest die mij open heeft verbonden heeft gehouden en mij de gnosticus en teacher laat zijn. Een ervaringsdeskundige en een doorgeefluik.

De scholen die ik bezocht waren alle katholiek, kleuterschool, lagere school en middelbare school. Op alle scholen kreeg ik les van nonnen, maar op de lagere school had ik in de vierde klas een leraar, die mij  leerde dat je ook ‘anders’ mocht zijn, iets waar ik hem nog steeds dankbaar voor ben. Bijbelkennis, op de middelbare school, kreeg ik van twee pastors. Zulke fantastische lessen, die mij alleen niet richting kerk, maar richting eigen waarheid dreven.

Op deze school had ik een conrector, met wie ik inmiddels weer contact heb. Zonder deze man was ik mijn tijd daar niet doorgekomen. Maar ook hij kon niet voorkomen dat ik vlak voor mijn examenjaar Atheneum af moest haken. Ik moest het huis uit. Alles was daar aan mij voorbij getrokken: ruzie, geweld, alcoholisme, misbruik, angst en constante onveiligheid.

Toch wist ik steeds, en had ook ervaringen die dat onderschreven, wie ik werkelijk was. Dat er meer was, in mij, om mij. Dat ik verbonden was met wat of wie dan ook. En dat de nonnen of pastors van mijn Bijbelkennislessen geen flauw idee hadden van hoe groot, hoe geborgen, hoe één, dat wat of wie dan ook was. Maar ik voelde het, ik beleefde het. En kon na achttien jaar hier mijn innerlijke wereld niet langer verenigen met de wereld der dingen, de wereld om mij heen.

Ik ondernam tweemaal een poging  om ’terug naar huis’ te gaan. Toen dat, duidelijk, niet lukte, besloot ik te worden als de mensen om mij heen. Ik keek en leerde, imiteerde en kopieerde. Ik trouwde, met een man waar ik nog steeds heel veel om geef en een goede band mee heb, kreeg drie prachtige kinderen en woonde in een huisje, met een boompje ervoor en een beestje (kat).

Ik ontdekte daar dat jezelf ontkennen is als piepschuim onder water houden. De druk is enorm, het probeert altijd weer boven te komen… Ik was niet heel, en dat is niet erg heilzaam voor een huwelijk.

Mijn toenmalige echtgenoot ontmoette een (ook nu nog) vriendin van mij, en viel als een blok voor haar. Ik besloot alleen verder te gaan, maar blijkbaar had het ‘wat of wie dan ook’ grotere geheel van mij andere plannen. Ik vond Paul. Ik zeg met opzet ‘vond’, want ik kende hem. En hij kende mij. Al eeuwen, al altijd. Dus wist hij ook dat ik niet heel was, en zei mij rustig dat hij wel verder met mij wilde, maar alleen wanneer hij mij ‘helemaal’ naast zich had. Mijn, zeer luidruchtige, protesten dat de vereniging van mijn twee werelden niet mogelijk was, dat het mij al tot de rand van zelfdoding had gebracht, accepteerde hij met een liefdevolle glimlach gewoonweg niet. Iets waar ik hem nog steeds ontzettend dankbaar voor ben.

Stukje bij beetje werd ik vanaf mijn achtendertigste jaar hier steeds ‘heler’. Met Paul naast mij, mijn al even eeuwige vriendin Linda en mijn drie zussen op de achtergrond (wonend in Australië), durfde ik meer en meer mijn binnen naar buiten te laten komen. Ik gebruikte de lessen van Eckhart Tolle en van Esther Hicks/Abraham. Ik verloor en vond mijzelf in meditaties, ontdeed me van mijn verhalen door de vragen van Byron Katie. Ik herkende mezelf in de boeken van Wayne Dyer en Don Miquel Ruiz. En uiteindelijk kwam ik terecht bij de oude – gelijkluidende –  wijsheden. De Nag Hammadi geschriften, het Corpus Hermeticum, het evangelie van Thomas, Judas en Maria Magdalena. Ik pelde – en pel –  langzaam mijn ego af, tot er een persoonlijkheid overbleef die mijn innerlijke wereld, mijn innerlijk weten, kon doorlaten. En ik las dat wat ik altijd had ervaren een naam had, Gnosis.

Zoals gezegd, ik ben een gnosticus. Het is de weg naar de bewustwording van de goddelijke kern, want wie zichzelf kent, kent ook God, of Universum, of hoe je het ook noemen wilt. Als gnosticus zal ik je dan ook nooit een geloof of een waarheid aanpraten, maar ik zal alles doen om je te stimuleren jou jouw eigen waarheid te laten ontdekken. Omdat alleen jij jouw eigen bevrijder kan zijn.

Ik kan je niets leren, ik je wel maar handvatten aanreiken handvatten aanreiken om je jezelf te herinneren. Ik ben een leraar in afleren, ik geef je richtingaanwijzers, gereedschappen om jou de verhalen die die herinnering in de weg staan, op te ruimen. Dat kan in persoonlijke gesprekken, of in een groep. Want, zoals de filosoof Habermas eens zei: “In een goed gesprek vindt waarheid plaats.”

Mocht je je hierdoor aangesproken voelen, of gewoon iets willen vragen of weten, neem dan gerust even contact met mij op.

Als gnosticus, spiritual teacher, en (bonus)moeder van zes, oma en verwoed moestuinierder, ben ik schrijfster. Zo heb ik onder andere:

  • Blogs geschreven voor Webregio Westfriesland <2010
  • De Troostbeestenbrigade. Een gratis te downloaden verhaal voor grote en kleine mensen met een Groot en Bijzonder Verdriet. Ook het Doe-boek is gratis te downloaden. Voor hier voor meer info.
  • Verhalen opgetekend van mensen die de dood in eigen regie namen, als ook de verhalen van hun (toekomstige) voortbestaanden. Uitgegeven bij uitgeverij Lemmens, onder de titel ‘Klaar’ (2012). Na faillissement van deze uitgever de verhalen zelf uitgegeven via Brave New Books, onder de titel ‘Ik ga liever gewoon dood’(2016). Zie ook de pagina boeken.
  • Twee tweetalige kinderverhalen geschreven, met illustraties van Steffie Padmos. De eerste gebaseerd op een quote van Rumi, de tweede op een quote van Thoreau. Uitgegeven bij een Britse Uitgeverij, Tiny Tree Books, onder de titels ‘Hee, ik ben Zee/More than a Me’(2015) en ‘De berg van Ilias/Ilias’ Mountain’(2016). Zie ook de pagina prentenboeken. Vanwege de afstand en Brexit heb ik het contract voor alle vier de titels in 2020 beëindigd.
  • Tweetal boekjes geschreven voor mijn kleinzoon, één in aanloop naar zijn geboorte, eentje in de negen maanden daarna. Zie ook de pagina boeken.
  • Een boekje geschreven over de dood van mijn moeder. Zie ook de pagina boeken.
  • Op verzoek van het Horizon College Hoorn het verhaal ‘Dootje, het nootje’ geschreven, dat door leerlingen geïllustreerd is. Nog op zoek naar een uitgever voor dit werk!
  • Artikelen en columns geschreven voor het blad Liefke (2019/2020).
  • Bezig met een nieuw boek… Titel en inhoud nog even geheim!!